De planning is gemaakt, de contentstrategie staat als een huis: vanaf nu ga je bloggen om je aanbod beter zichtbaar te maken voor potentiële klanten.
En dan zit je daar voor dat witte blad: wat nu? Hoe begin je aan een tekst?
Er bestaan verschillende types schrijvers; ik deel ze grofweg in 2 categorieën in:
🖋️degene die eerst info verzamelt, een structuur opstelt en dan begint te schrijven;
🖋️ degene die meteen op het toetsenbord begint te tokkelen en gaandeweg ideeën ontwikkelt en informatie verzamelt;
Ik behoor tot de laatste categorie. Ik heb echt nooit angst voor het witte blad. Misschien daagt een wit blad me zelfs uit om te beginnen tokkelen. Om alle woorden die in mij opkomen uit mijn vingers te laten vloeien (of wat denk je dat ik nu aan het doen ben?)
Genoeg gegrapt. Ik vertel je graag hoe ik te werk ga bij het schrijven. Haal er je inspiratie uit, of doe exact het omgekeerde – als het je maar helpt om dat witte blad te vullen.
Ik ben impulsief van aard én een razendsnelle denker. Geef mij een onderwerp en de radertjes in mijn brein beginnen meteen te draaien en het spuwt ideeën uit.
1️⃣ Die ideeën zijn woorden of halve zinnen die de aanzet vormen tot onderzoek. Daarvoor hoef ik tegenwoordig gelukkig niet meer naar de Koninklijke
Bibliotheek van België in Brussel. Google is mijn beste vriend om informatie te verzamelen. Ik gooi allerhande woorden in verband met het onderwerp in de
browser. Alles wat ik vind tijdens die eerste zoektocht naar informatie belandt via kopiëren en plakken in mijn Worddocument (netjes met de bron erbij voor
latere referentie).
2️⃣ In de volgende stap overloop ik de verzamelde informatie en distilleer ik daaruit een stramien en enkele tussentitels voor mijn artikel.
3️⃣ Vervolgens voer ik mijn tussentitels in de vorm van een vraag opnieuw in Google in. En ik bekijk mijn bronnen van naderbij. Nu gaat het al minder snel, want surfend van de ene link naar de andere verzamel ik diepte-informatie over het onderwerp.
4️⃣ En dan begint het eigenlijke schrijfwerk. Van alles wat ik verzameld heb, maak ik ‘mijn’ tekst. Wat ik heb geleerd, leg ik in mijn eigen woorden uit aan de
lezer. In een heldere structuur die je als lezer automatisch van de vraag tot bij een oplossing brengt.
Op dat punt eindigt meestal mijn eerste schrijfdag. Ik heb een ruw opzet klaar voor mijn artikel; nu is het tijd om dat een nacht te laten rusten.
5️⃣ Op dag twee herlees ik het artikel en controleer of de samenhang klopt, of er voldoende verwijswoorden tussen de paragrafen zitten, of het geheel vlot
klinkt. Ik pak ik de bronnen er nog eens bij om informatie te dubbelchecken. En ik schrap.
6️⃣ De laatste stap is de spellingscontrole. Daarvoor gebruik ik de Editor in Word en de tool PerfectIt. Met de ‘Schrijfassistent’ van De Standaard controleer ik op typisch Vlaamse woorden (als mijn doelpubliek het hele Nederlandse taalgebied of Nederland is).
En dan …
dan komt de engste stap van het hele proces. Mijn kindje loslaten, de tekst opleveren en hopen dat de opdrachtgever tevreden is.
