Een tijdje geleden volgde ik een interessante workshop over DEIB. Je weet wel – en anders vertel ik het je nu – Diversity, Equity, Inclusion and Belonging.
Een workshop over diversiteit en inclusie dus, en meer bepaald hoe je dat toepast in woord en beeld. Hij werd gegeven door Séverine Naessens, specialist in DEIB en communicatie en lector aan de Artevelde Hogeschool.
Mega- super- en kei-interessant dus voor wie in het communicatievak zit. Want of je het nu wilt of niet: de wereld rond je, en dus de groep mensen die leest wat jij schrijft, wordt veel gevarieerder, met mensen uit allerlei landen en met achtergronden die ver van je eigen kerktoren liggen.
Ik ben er zo enthousiast over dat ik wat ik geleerd heb meteen wil delen met jou. Daar gaan we:
Een paar feiten over de wereld rond je
| Feit 1: 82% van de Brusselaars heeft een buitenlandse achtergrond of nationaliteit. In Antwerpen 62%, in Gent 41%. (Cijfers van Statbel uit 2023.) |
| Feit 2: 20% van de mensen in België heeft een (tijdelijke of permanente) beperking. |
| Feit 3: vanaf 2025 moeten volgens een nieuwe EU-richtlijn digitale applicaties gemakkelijk toegankelijk zijn voor iedereen. |
Wat is dat dan, toegankelijk zijn?
Dat is onder andere dit:
- dat het kleurcontrast van teksten, knoppen enz. op de website voldoende is voor mensen die slecht zien;
- dat iedereen, met elk opleidingsniveau, gemakkelijk een online bestelling kan plaatsen;
- dat teksten op een website duidelijk klinken met voorleessoftware;
- dat informatie helder is voor iedereen, met elk opleidingsniveau, op leesniveau b1;
- dat je acties op een website of webshop spraakgestuurd of met het toetsenbord kunt uitvoeren, zonder muis;
en nog veel, veel meer. Bedenk een probleem dat iemand kan hebben om een tekst, website of folder te lezen, en los het op. Dan is je communicatie toegankelijk.
Kortom, jouw boodschap moet inclusief zijn.
Ze moet overkomen bij iedereen in de maatschappij: mensen met een visuele, auditieve of andere fysieke beperking, mensen met dyslexie, ADD, ADHD of een andere neurodiversiteit, mensen die op een drukke trein zitten, mensen die in een luide omgeving werken.
Hoe maak je je boodschap duidelijk voor iedereen?
Nu komt het interessantste deel van de workshop. Het HOE.
Hoe maak je een boodschap, in tekst of in beeld zoals een advertentie, inclusief en begrijpbaar voor een divers doelpubliek?
Door jezelf te vergeten. Door vooral niet voor jezelf te schrijven.
En gelukkig zijn er ook al heel wat (gratis) tools die helpen om mogelijk problemen in tekst en beeld op te sporen.
Hier zijn ze:
De tools
Vind de male en female bias in tekst. Zorg ervoor dat je tekst niet alleen op mannen of alleen op vrouwen gericht is.
In vacatures is dat een belangrijke als je merkt dat er te weinig vrouwelijke kandidaten op jouw vacatures reageren. Uit neuropsychologisch onderzoek blijkt dat bepaalde woorden statistisch gezien als eerder ‘mannelijk’ opgevat worden, andere als eerder ‘vrouwelijk’.
Voorbeelden? Competitief, leiderschap, dat zijn zogenaamd mannelijke woorden. Empathisch, zorgen, dat zijn zogenaamd vrouwelijke woorden.
En weet je wat het gekke is? Vrouwen solliciteren niet op vacatures met te veel mannelijke woorden (statistisch gezien, hé). Mannen hebben geen probleem met vacatures met te veel vrouwelijke woorden.
2. Voorleessoftware in Word of je browser
Een simpel hulpmiddel dat je veel leert over je tekst.
Laat je tekst voorlezen, en je hoort meteen
- hoe hashtags klinken (foetoefdiedeei, enig idee wat dat is? #photooftheday, #PhotoOfTheDay);
- hoe emoticons klinken (nadenkend gezichtje, sparkle, pijl die wijst naar rechts …);
- hoe de beschrijving van een foto klinkt (ie-em-gie-eentweedriegiepeg, iemand?).
Bedenk: wat jij nu hoort, dat hoort ook de persoon met dyslexie die teksten liever laat voorlezen.
3. Ondertitelsoftware
Ondertitelen is gratis in veel videosoftware. Gebruik de functie dan ook. Handig voor wie minder goed hoort om toch die testimonial in een vacature of dat bedrijfsfilmpje te begrijpen. En even handig voor wie dat filmpje wil bekijken op een drukke trein.
4. Leesniveau controleren
Voor wie het vakjargon kent: schrijven op b1-niveau is het advies voor als je doelgroep heel divers is, of je je doelgroep niet in detail kent.
B1, dat wil zeggen dat iedereen met een basiskennis van het Nederlands de boodschap begrijpt.
Er zijn 2 gratis tools waarmee je kunt testen hoe ‘moeilijk’ jouw tekst is.
- Is het b1: hier controleer je of een woord geschikt is voor leesniveau b1. ‘Impregeneren’ is dat niet, ‘hout behandelen’ wel.
- Accessibility: hier controleeer je het leesniveau van een hele tekst.
Doen!
5. Toegankelijkheid website controleren
Ik zei het helemaal in het begin al: vanaf 2025 zijn bedrijven verplicht ervoor te zorgen dat digitale toepassingen, zoals een website of webshop, toegankelijk zijn voor iedereen. Dat betekent concreet dat het bijvoorbeeld gemakkelijk moet zijn om een bestelling te plaatsen. Of dat je door de website kunt bladeren met alleen je stem of toetsenbord, zonder de muis. Of dat het kleurcontrast van tekst scherp genoeg is voor mensen die kleurenblind zijn.
2 tools weer waarmee je de toegankelijkheid van jouw website controleert:
En met deze tool check je het kleurcontrast op je site en krijg je advies over kleuren die wel goed zijn: Tanaguru.
Probeer het eens met je eigen website. Ik heb het met de mijne getest. Dankzij het advies heb ik meteen een paar titels aangepast.
Et voilà, dat was in het kort, of lang, wat ik leerde in de workshop over DEIB.
Heb je vragen? Mail me, bel me, DM me op LinkedIn.
